Psalm 122  iGTM
Jeruzalem

1. Wat was ik blij, mijn hart dat zong,
toen vrienden me vroegen: ‘Ga je mee
naar ‘t huis van de Heer?’ ‘k Zei zeker geen nee.
Zo gingen wij met een lied in de mond.
En nu zijn we in Jeruzalem,
zo prachtig gebouwd en stevig, vertrouwd.
Zo dicht bij de tempel, dicht bij Hem!
De mensen, zij komen hier naartoe,
waar ‘t volk van de Heer elkaar ontmoet.
Zij eren God en luisteren naar Hem!

2. De stad van David, Jeruzalem.
Zijn nakomelingen regeren hier,
dat eerlijk het recht er zegeviert.
Wij bidden steeds voor Jeruzalem:
Laat vrede er zijn in heel de stad
en rust in de straat, in ieder hart;
dat vrede er hooggehouden wordt.
We bidden geluk en goeds ieder toe
die zich met de stad verbonden voelt.
In deze vrede-stad staat ’t huis van God.

Psalm 122: 1b-3, 6b-7 uit Bijbel in Gewone Taal
uitgegeven door het NBG in 2014

Ik was heel blij toen mijn vrienden mij vroegen: ‘Ga je mee naar het huis van de Heer?’
2 En nu staan we echt in Jeruzalem, binnen de muren van de stad.
3 Jeruzalem is prachtig gebouwd, met sterke en stevige muren.
Bid om vrede en rust voor Jeruzalem, voor mensen die houden van deze stad.
7 Laat er vrede zijn in de stad, laat er rust zijn binnen de muren.

Enkele woorden bij deze psalm

Boven de psalm staat: Een lied van David. Voor de reis naar Jeruzalem. Het is een vurige Sionspsalm, waarin
Jeruzalem (Sion) wordt bezongen, omdat daar het huis van God staat.

In ‘Jeruzalem’ staat het woord ‘sjaloom’, het is de stad van vrede. ‘Sjaloom’ is de normale groet in Israël,
dat je iemand vrede toewenst. Gebaseerd op deze psalm begroette monnik en Franciscus van Assisi iedereen die
hij tegenkwam met ‘vrede en alle goeds’.

Sommigen zien in deze psalm een duidelijk verwijzing naar Jezus, als zoon van David.

Kerkvader Augustinus zag in deze psalm een beschrijving van het hemels Jeruzalem, en velen met hem. Tegelijk
blijft de oproep staan om te bidden voor Jeruzalem en voor allen die van de stad houden. Dat er werkelijk
vrede mag zijn voor stad en de regio.